Onlangs ontvingen leden van het Europees Parlement een open brief van Europese academici die betogen dat een openbare digitale euro essentieel is voor de soevereiniteit, stabiliteit en veerkracht van Europa. Ze waarschuwen dat politieke debatten het project kunnen “uithollen”.

Volgens hen loopt Europa het risico steeds afhankelijker te worden van particuliere digitale valuta die door de VS worden gesteund, waardoor de controle over het meest fundamentele element van zijn economie, geld, verloren gaat.

Toch slaagt de brief, ondanks de steun van zeventig economen, er niet in om een belangrijke conceptuele verwarring te uit de weg te helpen. Hij verwart twee fundamenteel verschillende economische functies van de digitale euro: zijn rol als betalingssysteem en zijn rol als geld.

Dit onderscheid is semantisch, maar cruciaal voor elk serieus beleidsdebat. De brief stelt dat een robuuste publieke digitale euro de enige bescherming voor Europa is. De digitale euro is een door de ECB uitgegeven valuta in elektronische vorm, die een directe claim op de centrale bank vertegenwoordigt, vergelijkbaar met contant geld. Hierdoor biedt het veiligheid en functionaliteit van “publiek” geld, naast het particuliere geld van commerciële banken.

De echte soevereiniteitskwestie: betalingen

De kwetsbaarheid van Europa op het gebied van betalingssystemen is reëel. Europese betalingen worden voornamelijk gedomineerd door Amerikaanse bedrijven. Kaartbetalingen zijn voornamelijk afhankelijk van Visa en Mastercard, terwijl mobiele betalingen vaak via PayPal, Apple Pay of Google Pay verlopen. De afhankelijkheid verschilt per lidstaat, maar het algemene beeld is duidelijk.

Dit was niet altijd zo. Vijfentwintig jaar geleden had Europa zijn eigen grote betalingskampioen: Europay. In 2002 stond de EU echter toe dat Europay werd samengevoegd met Mastercard, waardoor het sterkste Europese tegenwicht voor Amerikaanse kaartnetwerken verloren ging. Dit gebeurde in tempore non suspecto, maar vanuit het huidige perspectief roept het ongemakkelijke vragen op over hoe deze beslissing zo soepel door de mededingingscontrole kon komen.

Waarom zijn er sindsdien geen nieuwe Europese alternatieven ontstaan? De belangrijkste reden ligt in de versnippering van de Europese kapitaal- en betaalmarkten. Veel lidstaten hebben binnenlandse betalingssystemen die alleen binnen hun grenzen opereren. Recente initiatieven, zoals Wero, zijn nog steeds maar in een handvol landen actief.

Het principe van wederzijdse erkenning, waarbij een vergunninghoudende betalingsinstelling in één lidstaat vrijelijk in de hele EU kan opereren, is nog steeds niet gerealiseerd. Deze fragmentatie wordt versterkt door bekende beleidsbelemmeringen zoals overregulering, bureaucratie en beperkte toegang tot ondernemingskapitaal. Complexe regelgevingskaders en rapportagevereisten zijn vaak voordelig voor grote Amerikaanse spelers, waardoor kleinere Europese nieuwkomers worden weggeduwd.

Erkennen dat het mislukt is?

In dit licht kan de openbare digitale euro worden gezien als een politieke capitulatie: een impliciete erkenning dat Europa er niet in is geslaagd de voorwaarden te scheppen voor particuliere betaalinitiatieven om zich over het hele continent uit te breiden.

Betalingsintegratie kan vele vormen aannemen. China heeft gekozen voor een volledig openbare digitale valuta van de centrale bank, terwijl India een hybride model heeft. De National Payments Corporation of India heeft een interoperabele infrastructuur gecreëerd die banken en betaalapps verbindt, wat heeft geleid tot de Unified Payments Interface, een realtime mobiel betalingssysteem.

Cruciaal is dat de ervaring van India aantoont dat integratie op het niveau van de betalingsrails plaatsvindt, terwijl banken en bedrijven blijven functioneren als interfaces die diensten en krediet aanbieden via apps. In de Verenigde Staten bestaan verschillende particuliere betalingssystemen naast elkaar en concurreren ze met elkaar.

Interoperabiliteit en integratie vereisen dus geen volledig openbare oplossing. Bovendien mag de ambitie van Europa niet beperkt blijven tot interne alternatieven. In Zuidoost-Azië ontwikkelen landen als Singapore, Thailand, Maleisië, Indonesië, India en China open, gestandaardiseerde infrastructuren, grotendeels gebaseerd op QR-codebetalingen. Cross-platform en grensoverschrijdende compatibiliteit is hierbij een centrale doelstelling.

Deze ontwikkelingen benadrukken de noodzaak voor Europa om actief deel te nemen aan het wereldwijde debat over grensoverschrijdende directe betalingen. Zonder deze betrokkenheid loopt Europa het risico dat zijn betaaloplossingen beperkt blijven tot de grenzen van de EU. Een wereldwijde aanwezigheid kan de invloed van Europa vergroten en biedt ook de kans om van andere landen te leren.

De digitale euro als geld: een andere invalshoek

Naast zijn functie als betaalmiddel roept de digitale euro ook de vraag op naar zijn rol als geld. In de open brief wordt hij gepresenteerd als alternatief voor zowel fysiek contant geld als commercieel bankgeld. Het argument van soevereiniteit is minder overtuigend, aangezien de meeste banken waarop Europeanen vertrouwen, Europees zijn.

De verwarring ontstaat doordat geld verschillende functies vervult, waaronder die van betaalmiddel. Contant geld kan alleen voor contante betalingen worden gebruikt. Stablecoins combineren een specifieke digitale portemonnee met een specifiek betaalmiddel. Conceptueel kunnen geld en betalingsinfrastructuur echter van elkaar worden gescheiden.

Bankdeposito’s illustreren dit goed. Hetzelfde geld kan via verschillende betaalmethoden tussen rekeningen worden overgemaakt. Deze scheiding benadrukt dat de rol van de digitale euro als betaalmiddel apart van zijn rol als geld moet worden geanalyseerd. In theorie zou de digitale euro zelfs uitsluitend als betaalmiddel kunnen worden ontworpen, door de maximale limiet voor het aanhouden ervan op nul te stellen. In dat geval zou er geen centrale bankportemonnee bestaan; betalingen in digitale euro’s zouden simpelweg via bestaande bankrekeningen worden verrekend.

Een alternatief zou zijn dat burgers digitale euro-portemonnees bij de centrale bank kunnen aanhouden, mogelijk beheerd door commerciële banken. Dit zou resulteren in een vorm van veilig geld: deposito’s die volledig worden gedekt door centrale bankreserves. Dit idee vertoont gelijkenissen met voorstellen van Mervyn King, voormalig gouverneur van de Bank of England, die na de financiële crisis van 2008 pleitte voor een onderscheid tussen volledig liquide geld en risicovolle bankactiviteiten.

Of dergelijke digitale euro-tegoeden aantrekkelijk zouden zijn, hangt af van cruciale ontwerpkeuzes, met name of er rente op zou worden betaald, zoals China nu toestaat.

Voorbij valse dilemma’s

Redelijke mensen kunnen – en zullen – van mening verschillen over de toekomst van de Europese betalingssystemen en de optimale structuur van de banksector. Het debat over de digitale euro verdient echter een beter kader dan een simplistische keuze tussen een volledig publieke digitale munt en totale afhankelijkheid van de Verenigde Staten.

Het reduceren van een complexe reeks beleidskeuzes tot zo’n eendimensionaal dilemma verduistert de discussie in plaats van deze te verhelderen. Dit ondermijnt uiteindelijk het vermogen van Europa om weloverwogen en strategische beslissingen te nemen.

Onderwerpen